Naar inhoud

Grondverzet

Beeld je eens even in:
Je laat je tuin ophogen, maar de aannemer gebruikt bodem die hij heeft overgenomen van een andere aannemer omdat hij zelf te weinig in voorraad had. De extra bodem blijkt opgegraven te zijn bij het verwijderen van een stookolietank. Deze ruikt nog vaag naar stookolie, en bovendien zitter er brokstukken puin in. Al je plannen om een leuke speeltuin voor je kinderen, met een stukje moestuin en wat fruitbomen in te richten gaan in rook op. Het wordt een echte onderhandelingsstrijd tussen jou en de aannemer, die op zijn beurt naar de andere aannemer verwijst die hem de slechte bodem aan de hand had gedaan. Aangezien het hier gaat om een nieuwe verontreiniging ben je bovendien verplicht om over te gaan tot een grote kost van bodemsanering!

Waarom?


Om verspreiding van verontreinigde bodem in de hand te houden, en om de ontvanger en vervoerder van bodem te beschermen, alsook de aannemers zelf, zijn er nieuwe spelregels gekomen voor dat zogenaamde grondverzet.

Wetgeving

Vanaf 1 januari 2004 zijn deze nieuwe regels volledig van kracht dus vanaf dan moeten aannemers, architecten, bouwheren en iedereen die met het uitgraven van bodem bezig is, hiermee rekening houdend bij de bestekken, planningen en budgetten.

Kort wil dit zeggen dat de kwaliteit van de bodem gekend is van voor het uitgraven, tijdens het vervoer, tot bij het hergebruik van de uitgegraven bodem. Op elk moment van dit proces kan er dus getraceerd worden van waar de bodem komt, en waarvoor die gebruikt zal worden.
Bodem die verontreinigd is, moet eerst gereinigd worden of afgevoerd indien reiniging niet mogelijk is.

De regels zelf zijn iets omslachtiger, onderverdeeld in de drie stappen van het grondverzet: herkomst, transport en bestemming. Bovendien wordt er een onderscheid gemaakt tussen verdachte en niet-verdachte grond (waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden is de grond verdacht) en wordt er bekeken of de grond wordt hergebruikt binnen dezelfde kadastrale werkzone.

Wie verdachte grond uitgraaft, of wie sowieso meer dan 250 m³ grond uitgraaft, moet rekening houden met de volgende stappen:

1. Als eerste stap moet er een technisch verslag worden opgemaakt van de herkomst.
Hier bepaalt een bodemsaneringsdeskundige de kwaliteit van de bodem volgens een vastgelegde 
procedure. Deze gegevens worden in een technisch verslag gegoten. Op basis van deze
kwaliteitsgegevens wordt er een bestemming gezocht voor de bodem.
Naargelang de ontvangende grond, zijn de kwaliteitsnormen immers verschillend (in natuur- en 
landbouwgebied zijn die het strengst, in industriezone zijn die het minst streng). Eventueel kan 
bodem tijdelijk gestockeerd worden op een tussentijdse opslagplaats. Indien de bodem te sterk 
verontreinigd is, moet die langs een grondreinigingscentrum passeren, of onmiddellijk afgevoerd 
worden als afval.

2. Als tweede stap wordt er gezorgd voor geregistreerde vervoersdocumenten. De eerder 
vernoemde traceerbaarheid is hier van groot belang.

3. Als derde stap wordt er een bodembeheerrapport afgeleverd door een erkende bodembeheer-
organisatie. Dit gebeurt op basis van de documenten uit stap 1 en 2. Eventueel is een studie van
de ontvangende grond ook nog noodzakelijk; deze maakt dan ook deel uit van het bodem-
beheerrapport. Dit bodembeheerrapport geeft de garantie dat de uitgegraven bodem juridisch en
milieuhygiënisch (kwalitatief dus) in orde is en gebruikt mag worden.

4. Pas nadat het hele proces doorlopen is, kan de uitgegraven bodem opnieuw gebruikt worden,
als die tenminste aan de normen voldoet. Indien dit binnen de kadastrale werkzone gebeurt, is dit
minder streng gereglementeerd (om te vermijden dat bij de aanleg van nutsleidingen
bodembeheerrapporten moeten gemaakt worden, terwijl de bodem toch opnieuw in dezelfde
sleuf verdwijnt nadat de kabel erin gelegd is).
Indien de grond verontreinigd is, moet die naar een grondreinigingscentrum, en als die niet
meer reinigbaar is, kan de grond enkel nog gestort worden als afval.

Een hele boterham dus, maar het biedt een zekerheid aan allen die met grondverzet te maken hebben!

 

Praktisch

Diensten
Ruimtelijke ordening en Milieu

Gemeenteplein 1
2650 Edegem

tel: 03 289 26 50
e-mail: gemeentebestuur@edegem.be


Openingstijden

De diensten ruimtelijke ordening, milieu en huisvesting werken vanaf 1 juni 2016 uitsluitend op afspraak. 

MAAK EEN AFSPRAAK

Aanverwante thema's